Een buisklem en een slangenklem lijken op elkaar, maar ze doen twee verschillende dingen. Met een buisklem zet je een buis of leiding vast tegen een wand, plafond of vloer, zodat de leiding niet gaat doorhangen, schuiven of ratelen. Een slangenklem klem je juist rond een slang die over een tule of pilaar is geschoven, zodat die verbinding onder druk dicht blijft en er niets langs lekt.
In deze categorie vind je beide functies naast elkaar. Voor bevestiging zijn er kunststof buisclips voor installatie- en elektrabuis, click-buisklemmen van staal met een rubber inlage die geluid en trillingen dempt, buisklemmen met pen die je direct in metselwerk slaat en een aluminium kabelbuisklem als doorlopende rail. Voor het dichtklemmen van slangwerk gebruik je een verzinkte wormschroefklem, die je met een schroevendraaier of dopsleutel op spanning brengt.
Bij BAUHAUS koop je klemmen los of in sets, zodat je een heel leidingtracé in één keer kunt afwerken zonder halverwege de klus een maat tekort te komen. De prijzen liggen structureel laag, ook wanneer je grotere aantallen nodig hebt voor een complete installatie.
De meeste klemmen in deze categorie gebruik je om een buis op zijn plek te houden. Denk aan een cv-leiding langs de plint, een waterleiding in de meterkast of een afvoer onder het plafond van de kelder. Je zet de klem op regelmatige afstand vast, zodat het gewicht van de buis en de vloeistof erin niet op de koppelingen komt te staan. Zeker bij langere stukken afvoerbuizen bepaalt de klemafstand of het geheel strak blijft liggen en het afschot behouden blijft.
Een slangklem heeft een andere taak: die drukt het rubber of de kunststof wand van een slang gelijkmatig tegen de tule waar de slang overheen zit. Zonder klem kruipt een slang onder druk of bij temperatuurwisseling langzaam van de tule af. Je komt dit tegen bij wasmachineslangen, tuinslangaansluitingen, pompen, regentonnen en koelwaterslangen. Werk je met flexibele slangen met een wartel, dan heb je meestal geen klem nodig, want die dichten met een rubber ring in de koppeling.
Kunststof buisclips houden dunne installatiebuis vast op een wand, in een verlaagd plafond of in een technische ruimte. Je klikt de buis in de clip, waardoor je hem later nog kunt losnemen zonder te schroeven. Voor lange rechte stukken werkt een aluminium kabelbuisklem als rail prettiger, omdat je meerdere buizen naast elkaar op één lijn houdt.
Begin bij de vraag wat de klem moet doen. Moet een buis aan een ondergrond blijven zitten, dan zoek je een buisklem of leidingklem met een schroefgat of pen. Moet een slang op een tule dicht blijven, dan zoek je een slangklem met een spanmechanisme. Deze twee zijn niet uitwisselbaar: een buisklem klemt niet strak genoeg voor een drukdichte slangverbinding, en een slangklem heeft geen bevestigingspunt naar de wand.
Klemmen worden ingedeeld op de buitenmaat van de buis of slang, niet op de binnenmaat. Meet met een schuifmaat over de buitenkant van de buis, of leg een meetlint rond de buis en deel de omtrek door drie. Bij een slangklem kijk je naar het klembereik: de slang moet ruim binnen dat bereik vallen, zodat de band nog spanning kan opbouwen.
Kunststof gebruik je binnen, bij lichte buis en waar geen warmte bij komt. Verzinkt staal kies je wanneer de klem gewicht moet dragen of buiten hangt. In een badkamer, kruipruimte of andere vochtige ruimte houdt een verzinkte of roestvaste uitvoering het langer vol dan onbehandeld staal.
Metaal op metaal geeft tikken en overdracht van stromingsgeluid naar de constructie. Een klem met rubber inlage vangt dat op en houdt de buis tegelijk iets speelruimte, zodat hij bij opwarming kan uitzetten. Achter een badkamerwand of in een slaapkamer merk je dat verschil direct.
Een klem is nooit sterker dan het punt waarin hij vastzit. In beton en steen werk je met een plug en schroef of met een klem met pen. In gipsplaat gebruik je een holle-wandplug, of beter nog: schroef in het achterliggende regelwerk. Bepaal dit voordat je de klemafstand uitzet, want de positie van de regels bepaalt vaak waar je terecht kunt.
Zet bij het monteren van buisklemmen eerst het hele tracé uit met een waterpas en een potlood, en markeer daarna pas de boorgaten. Verdeel de klemmen gelijkmatig en plaats altijd een klem vlak bij een bocht, een T-stuk en een koppeling, want daar ontstaat de meeste spanning. Draai de klem stevig aan, maar niet zo strak dat de buis vervormt of dat de rubber inlage wordt platgedrukt. Een buis die klemvast staat kan niet meer uitzetten en gaat juist kraken.
Een slangklem draai je aan tot het rubber van de slang zichtbaar iets indrukt tegen de tule, en dan nog een kwartslag. Te ver doordraaien snijdt in de slangwand en veroorzaakt op termijn juist een lekkage. Schuif de klem altijd achter de weerhaak van de tule, niet erop. Controleer na de eerste keer onder druk zetten of de klem nog vast zit, want een nieuwe slang zet zich altijd wat. Voor koppelingen met schroefdraad in plaats van een tule gebruik je geen klem maar schroefdraadafdichting zoals vlas of afdichttape.
Een buisklem bevestigt een buis of leiding aan een ondergrond zoals een wand, plafond of vloer en heeft daarvoor een schroefgat, een pen of een clipvoet. Een slangenklem bevestigt niets aan een wand, maar spant een band rond een slang die over een tule zit, zodat die verbinding dicht blijft onder druk. Je herkent het verschil aan het mechanisme: een slangklem heeft een wormschroef of veerspanning, een buisklem heeft een bevestigingspunt naar buiten. Voor één installatie heb je vaak allebei nodig.
De juiste afstand hangt af van het materiaal en de diameter van de buis. Kunststof buis buigt makkelijker door dan koper of staal en vraagt daarom om meer steunpunten, zeker als er warm water doorheen gaat. Als vuistregel geldt: hoe dunner en hoe slapper de buis, hoe dichter de klemmen bij elkaar zitten. Plaats daarnaast altijd een klem vlak naast bochten, aftakkingen en koppelingen, zodat het gewicht niet aan de verbinding gaat trekken.
Een leidingklem met rubber inlage kies je overal waar geluid hinderlijk is, dus in woonkamers, slaapkamers, badkamers en achter voorzetwanden. Het rubber isoleert de buis van de metalen klem en van de constructie, waardoor stromingsgeluid en tikken van uitzettende leidingen niet doorklinken in de wand. Daarnaast beschermt de inlage de buiswand tegen inkerven en laat hij de buis minimaal bewegen bij temperatuurwisselingen. In een garage of kruipruimte kun je zonder inlage werken.
Een wormschroefklem kun je losdraaien en opnieuw aandraaien, wat handig is bij onderhoud aan een pomp of wasmachine. Controleer voor hergebruik of de band nog vlak is en of de schroefdraad in de band niet is uitgesleten of vervormd. Zie je roest, een scheur in de band of een schroef die niet meer gelijkmatig grijpt, gebruik dan een nieuwe klem. Bij veerklemmen die je met een tang samenknijpt geldt hetzelfde: verliest de veer spanning, dan vervang je hem.
In een badkamer, kelder of kruipruimte kies je verzinkte of roestvaste stalen buisklemmen, of kunststof clips die helemaal niet roesten. Onbehandeld staal krijgt in een vochtige omgeving vroeg of laat roestvorming rond het schroefgat, waardoor de klem verzwakt en vlekken op de wand geeft. Let ook op de bevestiging zelf en gebruik schroeven en pluggen die tegen vocht kunnen. Bij buitentoepassingen zoals een regenwaterleiding is een roestvaste uitvoering de veiligste keus.
Alles voor jouw badkamer en technische ruimte vind je bij BAUHAUS. Naast klemmen voor buis en slang haal je er in één keer de sifons en afvoerbuizen voor onder de wastafel, de wasmachine- en vaatwasseraansluitingen voor de bijkeuken en het fitwerk waarmee je het leidingwerk koppelt. Zo maak je een installatie in één werkgang af, van de eerste koppeling tot de laatste klem aan de wand.